HOE WEET JE OF JE MEET WAT JE WILT WETEN?

Onderzoek doen begint met nieuwsgierigheid en het stellen van de juiste vraag.Wil je weten hoe je het beste kunt meten wat je wilt weten, lees dan verder.

Er zijn verschillende manieren om antwoord te krijgen op een vraag. Eén manier is interviews te houden met personen die antwoord zouden kunnen geven op de vraag. Wil je echter een grotere groep respondenten op dezelfde, systematische manier bevragen, dan zou je kunnen overwegen om een vragenlijst te gebruiken. Maar hoe zet je je vraag nu om in een goede vragenlijst die ook meet wat je wilt weten? Een aantal tips: 

1.      Breng in kaart wat je precies wilt weten of meten.

Definieer wat (welk concept) je precies wilt weten en onderbouw jouw definitie met behulp van wetenschappelijke literatuur. Wil je meningen of gevoelens van mensen over een bepaald onderwerp in kaart brengen of juist de kennis die men over een bepaald onderwerp heeft of de vaardigheid die men bezit op een bepaald gebied? Wat je wilt weten van je onderzoeksgroep bepaalt het type vragen dat je in je vragenlijst gaat opnemen. 

Ter illustratie,

PI Research kreeg van een opdrachtgever de taak om een vragenlijst te ontwikkelen waarmee het sociale veiligheidsgevoel van leerlingen op de basisschool in kaart kon worden gebracht. Allereerst was het van belang om te bepalen wat er precies wordt bedoeld met sociale veiligheid.

Op basis van analyse van wetenschappelijke literatuur over veiligheidsgevoelens, (sociale) veiligheid op (basis-) scholen is er voor gekozen om sociale veiligheid op te delen in twee concepten: objectieve sociale veiligheid en subjectieve sociale veiligheid. Objectieve ervaren sociale veiligheid gaat vooral om de mate waarin leerlingen in het verleden slachtoffer zijn geworden of zich slachtoffer hebben gevoeld. Subjectieve ervaren sociale veiligheid gaat om de mate waarin een leerling zorgen heeft over of angst heeft voor toekomstig slachtofferschap. Beide concepten zijn vervolgens geoperationaliseerd en opgenomen in de uiteindelijke vragenlijst.

2.      Breng in kaart van wie je dit precies wilt weten.

Definieer bij wie je dit concept wilt meten; bij kinderen, jongeren, ouders, leerkrachten of hulpverleners? De keuze voor de respondentengroep of groepen bij wie je het concept gaat meten bepaalt de keuze voor het type vragen dat je stelt, de bijbehorende antwoordcategorieën en het aantal vragenlijsten dat je gaat afnemen.

 

In het eerder genoemde voorbeeld van de vragenlijst werd gefocust op het meten van ‘ervaren sociale veiligheid’ op scholen. Dit concept is te meten bij leerlingen, leerkrachten of bij beide groepen. Ga je zowel leerlingen als leerkrachten bevragen, dan zijn er twee verschillende vragenlijsten nodig (bij leerlingen gebruik je andere formuleringen dan bij leerkrachten). In het eerder genoemde voorbeeld was de opdrachtgever duidelijk; men wilde specifiek de ervaren sociale veiligheid bij leerlingen meten.

3.      Kijk eerst of er al een vragenlijst is die meet wat je wilt weten: ontwikkel alleen een nieuwe vragenlijst als het écht noodzakelijk is.

Er zijn ontzettend veel verschillende vragenlijsten in omloop die allerlei concepten meten. Daarom is het handig om te kijken of er al een (betrouwbare en valide) vragenlijst beschikbaar is die het concept meet dat jij in kaart wilt brengen. Bij wetenschappelijk onderzoek of bij cliënten waarbij de uitkomsten van het onderzoek verregaande consequenties kunnen hebben, is het extra belangrijk om betrouwbare en valide instrumenten te gebruiken. De belangrijkste organisatie in Nederland die toetst of een vragenlijst betrouwbaar of valide is, is het COTAN. Zij hebben een database met vragenlijsten die zijn beoordeeld op betrouwbaarheid en validiteit.

Database COTAN

http://www.cotandocumentatie.nl/testsoptitel.php?char=a

Andere websites waarop je kunt kijken of er een vragenlijst bestaat die in kaart brengt wat jij wilt weten zijn: 

Databank Instrumenten van het Nederlands Jeugd Instituut

http://nji.nl/nl/Databank/Databank-Instrumenten

PsycTESTS® database (American Psychological Association, internationaal): http://www.apa.org/pubs/databases/psyctests/index.aspx?tab=2

 
4.      Bepaal of de vragenlijst die je gaat afnemen eenmalig afgenomen gaat worden of dat het een vragenlijst betreft die je periodiek wilt afnemen om de voortgang bij je doelgroep in kaart te brengen en te monitoren.

Als je de voortgang van een groep respondenten periodiek wil gaan meten is het belangrijk dat op alle meetmomenten dezelfde vragenlijst wordt afgenomen.

5. Controleer of het taalgebruik van de vragenlijst aansluit bij de doelgroep.     

Een vragenlijst die je bij een basisschool leerling gaat afnemen verschilt qua taalgebruik van een vragenlijst die bij ouders of hulpverleners wordt afgenomen.

Indien de vragenlijst bij jonge kinderen wordt afgenomen kan het handig zijn om in plaats van antwoordcategorieën bijvoorbeeld smiley’s te gebruiken waarbij de verschillende typen smiley’s de antwoordmogelijkheden representeren.

6. Indien je besluit de vragenlijst zelf te gaan maken: controleer of de items en antwoordcategorieën de lading dekken van de nuances die je wilt meten. Probeer dubbelzinnigheid of bijvoorbeeld het stellen van twee vragen in één te vermijden (bijvoorbeeld ‘ik werk bij het doen van onderzoek met vragenlijsten of interviews’ – je weet dan niet welk van de twee mediums gebruikt worden).

Eén van de vragen in de vragenlijst ‘ervaren sociale veiligheid’ luidt als volgt:

‘Ik voel mij veilig in de klas’.

De antwoorden ‘ja’ en ‘nee’ dekken de lading niet van de antwoorden die leerlingen mogelijk op deze vraag zouden kunnen geven. Je zou ervoor kunnen kiezen om de leerling dan drie antwoordmogelijkheden te laten kiezen: deze antwoordmogelijkheden noemen we een driepuntsschaal. De drie antwoordcategorieën in het eerder genoemde voorbeeld zou kunnen zijn”:

  • Nooit
  • Soms
  • Altijd 

Het is goed mogelijk dat een leerling geen uitgesproken positieve of negatieve mening heeft over deze stelling. Het zou in dat geval onterecht zijn om de leerling te dwingen een uiterste te kiezen. Met een driepuntsschaal kan eveneens zowel een neutrale als positieve of negatieve mening worden gegeven door een leerling. Driepuntsschalen zijn echter voor evaluatiedoeleinden vaak niet sensitief genoeg om verschillen in oordeel te meten. Daarom is er voor gekozen om voor deze vragenlijst een vijfpuntsschaal te gebruiken waarbij de leerling uit vijf antwoordcategorieën kan kiezen:

  • Nooit
  • Soms
  • Regelmatig
  • Vaak
  • Altijd

Samenvattend zijn er bij het samenstellen van een goede vragenlijst zijn dus veel verschillende aspecten waar je rekening mee moet houden. Heb je naar aanleiding hiervan nog vragen of wil je hulp bij het samenstellen van jouw vragenlijst dan kunt u contact opnemen met PI Research, Inez Berends, via info@piresearch.nl of 020-6501501.

 


PI Research is een dochterorganisatie van de Bascule  |  produced by mediamens.

Door onderzoek de praktijk van de jeugdzorg inzichtelijker, transparanter en effectiever te maken. Dat is wat PI Research met zijn onderzoek nastreeft.

Ontwikkeling van nieuw aanbod en methodieken of aanpassing van bestaand aanbod aan evidence based praktijken, daar is PI Research goed in.

Implementatie van nieuwe methoden vindt op verschillende manieren plaats. PI Research heeft een naam op het gebied van training en advies.